< Terug
Het landschap verandert

Op dit moment staan we door de op ons afkomende energietransitie opnieuw voor een aanpassing van ons landschap. De overgang van aardolie en aardgas naar meer duurzaam verantwoorde energiebronnen zal net als eerder in onze geschiedenis invloed op de omgeving hebben.

Hoe was het vroeger?
Nederland, met als kerngebied Holland, was ooit een met bossen bedekt gebied. De naam Holland zou ook afgeleid zijn van holtland, houtland. Meer kijkend naar onze eigen omgeving in De Ronde Venen zien we vooral de invloed van de oorspronkelijke veenmoerassen.

Ooit beschreef de Romeinse geschiedschrijver Plinius dat de bewoners van onze streek modder, veen met hun handen kneedden. De gedroogde modder gebruikten zij bij het koken en voor verwarming.

De Duitse keizer Otto de Grote schenkt in 953 via een schenkbrief het veengebied, waarvan de huidige Ronde Venen deel uitmaakten, aan bisschop Balderick van Kleef. In 1085 schenkt bisschop Koenraad van Utrecht op zijn beurt dit veengebied aan de kapittelkerk van Sint Jan. Voorwaarde is dat het gebied ontgonnen moet worden.

Van land naar water naar land
De energievoorziening voor de bewoners heeft in de geschiedenis verschillende periodes gekend. Ooit gebruikten we vooral het hout uit de omliggende bossen. Vervolgens ontdekte men het veen uit de omgeving als brandstof en de laatste periode leven we in het steenkool-, olie- en gastijdperk.

Het turftijdperk heeft relatief lang geduurd ten opzichte van de andere tijdperken en is hierdoor belangrijk geweest voor de welvaart in ons gebied, met Waverveen lange tijd als hoofdplaats.

In de veertiende eeuw start de vervening op kleine schaal, moeraslandschap wordt landbouwgebied. De opbrengsten waren dusdanig dat er steeds meer stukken land uitgeveend werden. De voortgaande ontginning heeft een opvallende radiale vorm gekregen, waarbij de eerste pioniers vanuit de ons omringende riviertjes naar een centraal gelegen middelpunt werkten. De veenriviertjes die we nu kennen als de Kromme Mijdrecht, Amstel, Waver, Winkel, Angstel en Aa vormen een ring van water om het gebied wat hierdoor de Ronde Venen is gaan heten.

Het veengebied is grotendeels afgegraven, waardoor een groeiend veenplassengebied ontstond. Later is het landschap opnieuw getransformeerd omdat diverse plassen weer zijn drooggelegd; de polders Groot-Mijdrecht en Wilnis zijn weer drooggemalen. Het droogleggen van de Vinkeveense plassen is uiteindelijk niet doorgegaan vanwege de groeiende toeristische waarde van het gebied in de tweede helft van de vorige eeuw. Een deel van de polders is nu weer bestemd tot moerasgebied. De mens blijft zijn omgeving veranderen.

Kolen en olie zorgen ervoor, dat al snel na de Tweede Wereldoorlog op de meeste plaatsen de turfwinning gestaakt wordt. In De Ronde Venen wordt de laatste laagveenturf in 1975 gestoken.

In de eenentwintigste eeuw raken de fossiele brandstoffen meer en meer uit de gratie. Daarom gaan we nu op zoek naar alternatieven zoals wind- en zonne-energie. Daarmee zal onze omgeving voor de derde keer, na het verdwijnen van bossen en het winnen van turf worden beïnvloed voor ons comfort.